Belgisch realisme. De literaire omwenteling in de hedendaagse kunst

Jeroen Laureyns

Belgisch Realisme - Ego/Xeno/Alo/Communo

  • Onderzoekseenheid Image
  • Onderzoeksgroep Art & Argument

In een karikatuur van Jacques Charlier beeldt hij uit hoe er in België met de geschiedenis van de moderne kunst wordt omgegaan: je graaft een put, smijt die kunst erin en gooit de put weer dicht. Om te voorkomen dat het weer zover komt, stelt deze studie zich tot doel om een bepaalde aspect van de hedendaagse Belgische kunst in kaart te brengen, zodat die geschiedenis niet verloren gaat, maar aan een volgende generatie kan worden doorgegeven. De studie 'Belgisch realisme' vertrekt vanuit de vaststelling dat er een nieuwe jonge generatie kunstenaars is opgestaan die op een figuratieve, verhalende en autobiografische manier kunst maken, die vaak ook nog eens speldenprikken uitdeelt aan de conceptuele kunstconsensus. De taal waarin ze dat nieuwe realisme verbeelden maakt gebruik van populaire kunstvormen zoals strip, tekenfilm en fictiefilm, vertrouwd ook op een klassieke esthetica door gebruik te maken van fictie en alter-ego's, maar deelt ook stevige kopstoten uit aan de uitwassen van onze huidige digitale beeldcultuur. Belgisch Realisme vertrekt van een jonge generatie kunstenaars als Rinus van de Velde, Kati Heck, Nel Aerts, Nicolas Provost, Charlotte Lybeer, Gerrit Vermeiren, Charif Benhelima, Tine Guns, Yannick Ganseman, Koen van den Broek, Brecht Vandenbroucke, Marc Palmer... en verbindt die met een vorige generatie zoals Evelyne Axell, Ria Pacquée, Liliane Vertessen, Fred Bervoets, Pjeroo Roobjee, Guy Peellaert, Walter Swennen, Walter De Mulder, Herman Selleslaghs...

Belgisch realisme. De literaire omwenteling in de hedendaagse kunst
Rinus van de Velde, We are in the same car, moving in the same direction, 2015

©2018 LUCA School of Arts. Lees onze gebruiksvoorwaarden en privacybeleid.

website by